Hoe haalbaar zijn financiële doelen?

“Waarom zou je de zekerheid van het niet halen van je financiële doelen niet ruilen voor de onzekerheid dat je ze wél haalt met beleggen?” Met die zin sloot Robert-John Thomson van Nationale-Nederlanden Bank onlangs zijn presentatie af bij de kennissessie van Advies-Check over vermogensadvies in Apeldoorn.

Het is een zin om over na te denken. En die velen wellicht tot motto zouden moeten verheffen. Mét hulp van een onafhankelijk financieel adviseur.

Iedereen staat tegenwoordig voor dezelfde financiële keuzes: hoeveel geld als inkomen of als pensioen is genoeg voor mij. De overheid draagt daar steeds minder aan bij. Dat wat iemand nodig vindt of nodig heeft, moet dus in steeds grotere mate door hemzelf worden bijeengebracht. En dat kunnen forse bedragen zijn.

Wie vanaf zijn 68e tot zijn 90ste naast zijn AOW 1.000 euro extra per maand zou willen, moet tegen die tijd 380.000 euro hebben gespaard (rekeninghoudend met 1,5% inflatie).

Maar 1.000 euro is niet hetzelfde als 1.000 euro over 20 jaar…

Wie nu 45 jaar oud is en op basis van de huidige koopkracht vanaf zijn 68ste 1.000 euro extra per maand wil hebben, moet tegen die tijd 1.700 euro maandelijks beschikbaar hebben. En een spaarpot hebben van maar liefst 435.000 euro!!! Dan kan hij na zijn pensioen nog 22 jaar interen op zijn vermogen.

Wie nu nog moet beginnen om dat kapitaal bij elkaar te sparen, is jammerlijk te laat. Dat zou 1.690 euro per maand betekenen bij een gemiddelde spaarrente van 2%. Maar ook met een bestaande buffer van bijvoorbeeld 100.000 euro, is het bijna niet op te brengen: 1.250 euro per maand. Althans niet met sparen. En al helemaal niet als de huidige bizar lage rente nog jaren aanhoudt.

Dan komt de vraag toch weer naar voren: Waarom zou je de zekerheid van het niet halen van je financiële doelen niet ruilen voor de onzekerheid dat je ze wél haalt met beleggen?

 

Risicometer Beleggen mist effectiviteit

Een kleine 2 jaar geleden introduceerde de Nederlandse Vereniging van Banken de Risicometer Beleggen die aangeeft hoe volatiel een modelportefeuille mag zijn op een schaal van 1 tot 7. De meter zou ervoor moeten zorgen dat modelportefeuilles van vermogensbeheerders beter vergelijkbaar zijn. En zou financieel adviseurs dus helpen om samen met hun klanten een gedegen keuze te maken voor een bepaalde bank of vermogensbeheerder. Amper 2 jaar later mogen we concluderen dat het nobele streven jammerlijk is mislukt.

 De risicometer geeft min of meer het mandaat weer voor het risico van een modelportefeuille. Dat risico is gebaseerd op de volatiliteit van de historische rendementen van de beleggingen in de modelportefeuille. Hoewel volatiliteit nooit gezien mag worden als enige maatstaf voor risico, is het wel een belangrijke. Én het is een maatstaf die uniform gehanteerd kan worden, wat de vergelijkbaarheid bevordert.

 

Schaalverdeling van 1 tot 7, van laag naar hoog risico

De schaalverdeling van de risicometer volgt min of meer de schaalverdeling van de risico indicator die verplicht is voor beleggingsfondsen die onder Europese wetgeving vallen. Dat is mooi, want hierdoor kunnen modelportefeuilles qua risico grofweg óók worden vergeleken met profielfondsen. Zowel modelportefeuilles van vermogensbeheerders als profielfondsen van fondshuizen worden immers beheerd met het oog op een bepaald risicoprofiel.

Nu lijkt de schaalverdeling van 1 tot 7 heel wat diversiteit te bieden. De eerste schaal geeft een gering risico aan en de laatste schaal een hoog risico. Voldoende houvast voor consumenten en hun adviseurs, zo lijkt het.

 

Weinig verschillen in risicoprofielen

Helaas, de praktijk is weerbarstiger. Uit onderzoek van Advies-Check blijkt dat modelportefeuilles én profielfondsen zich massaal rond de middelste schalen van 3 tot 5 bewegen, zélfs als profielen door aanbieders als ‘zeer defensief’ of ‘zeer offensief’ worden bestempeld. Verreweg de meeste beleggingsoplossingen bewegen zich rond de middelste schaal. Dat maakt de vergelijking er dus niet makkelijker op.

Nu zijn er twee conclusies mogelijk. Ófwel de modelportefeuilles verschillen daadwerkelijk nauwelijks in risico, ófwel de schaalverdeling is te smal. Hoe dan ook, de risicometer mist effectiviteit.

Maar er mist meer.

 

Met de billen bloot

Het risicomandaat dat de vermogensbeheerder aan een (potentiële) klant voorspiegelt, zegt niets over zijn prestaties. Ook getoonde rendementen zeggen weinig. Waar het om gaat is hoe het rendement zich verhoudt tot het risico dat een vermogensbeheerder daadwerkelijk heeft genomen. Je wilt immers als klant het liefst een zo hoog mogelijk rendement bij een zo laag mogelijk risico. De risicometer verklapt niet in hoeverre de beheerder hierin is geslaagd. Ook behaalde rendementen laten dit niet zien.

Wat zou helpen is een indicator die een vermogensbeheerder echt met de billen bloot laat gaan. Een indicator die laat zien hoe het behaalde rendement zich verhoudt tot het genomen risico.

 

Lange weg

Hoe welkom zo’n rendements-risico-indicator ook is, een dergelijk instrument zal er voorlopig niet komen. De wettelijke informatieplicht richting potentiële klanten is recentelijk volledig herzien. MIFID II is in werking getreden en bevat geen bepalingen voor de oriëntatiefase van een consument, als die nog geen informatie over zichzelf heeft prijsgegeven. Daarmee moet iemand die een goede vergelijking tussen vermogensbeheerders wil maken, eerst bij elke beheerder zijn doopceel laten lichten voordat hij tot de benodigde informatie komt.

Natuurlijk kan dat anders. Maar dat betekent dat vermogensbeheerders met de billen bloot moeten. Vrijwillig. Nul kans dat het daarvan komt. Wel een gemíste kans voor het vertrouwen in beleggen.

 

 

Evaluatie 2017: Passief én Actief winnen het van Actief & Passief

Hoe hebben vermogensbeheerders en aanbieders van profieloplossingen het gedaan in 2017? Advies-Check zocht het uit. In meerdere artikelen geeft Advies-Check een weergave van verschillende analyses. In deel 2:  hoe deden actieve beleggers het ten opzichte van passieve beleggers?

Het lijkt een continue strijd te zijn: die tussen de aanhangers van actief beleggen en die van passief beleggen. En de laatste tijd bevindt zich daar nog een stroming tussen: beleggers die beide vormen omarmen en de meeste heil zien in een combinatie van actief en passief beleggen.

Van de 263 beleggingsoplossingen in het overzicht van Advies-Check belegt een minderheid van 105 uitsluitend passief in ETF’s. Maar van de overige 159 is een splitsing te maken tussen oplossingen waarbinnen uitsluitend actief wordt belegd, en waarbinnen een combinatie tussen actief en passief wordt gemaakt.

Puur kijkend naar het rendement over de afgelopen 5 jaar, laat juist deze laatste stroming wat minder rendement zien. Dat heeft vermoedelijk te maken met het hogere kostenniveau. Beleggingsoplossingen waarbinnen uitsluitend actief wordt belegd, wordt ook (of vooral) direct belegd in individuele aandelen en obligaties. Hierdoor is er wat minder spreiding in de portefeuille, maar kunnen de kosten relatief lager worden gehouden. Dit vertaalt zich in het rendement.

Kijkend naar de korte termijn, deed Actief en Actief & Passief het beter dan uitsluitend Passief. De extra kosten voor het gecombineerde beleggen werden ruimschoots goed gemaakt door het rendement.

 

 

Rekentool aangepast aan belastingregels 2018

Op 1 januari 2018 is de vermogensrendementsheffing opnieuw aangepast. De belasting op het inkomen uit vermogen sluit daarmee dichter aan bij het werkelijke rendement. De rekentool van Advies-Check waarmee heel eenvoudig de eindwaarde van een bedrag kan worden berekend op basis van verwacht rendement, inflatie en vermogensbelasting is aangepast aan de nieuwe cijfers.

In 2017 was de structuur van de belasting vorig jaar al wezenlijk veranderd door de grondslag voor de belasting te verdelen over een spaardeel en een beleggingsdeel. Dit jaar is voor het fictieve rendement over spaardeel uitgegaan van actuelere cijfers. Het forfaitair rendement over sparen is niet langer 1,63%, maar iets realistischer: 0,36%. De 30% inkomstenbelasting over het berekende fictieve rendement is onveranderd.

Bij de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen heeft een belastingplichtige in 2018 recht op een heffingvrij vermogen van € 30.000 (dit was in 2017 € 25.000).

Het verschil tussen de vermogensrendementsheffing in 2017 en 2018:

 

De rekentool van Advies-Check is aangepast aan de nieuwe belastingregels. Ook het inflatiecijfer waarmee kan worden gerekend, is door de iets opgelopen inflatie gewijzigd. Deze is verhoogd naar 1,5% (was 1,3%).

Dieper inzicht in Evi bij Advies-Check

Het heeft even geduurd, maar eindelijk zijn ook de vermogensbeheeroplossingen van Evi van Van Lanschot inzichtelijk bij Advies-Check. Daarmee is de vergelijkingstool Advies-Check completer dan wie ook, hoewel nog altijd verschillende partijen moeite hebben met transparantie wanneer iemand geen klant is.

Evi van Van Lanschot was één van de laatste grote aanbieders die moeite had met het prijsgeven van informatie over de modelportefeuilles voor hun vermogensbeheeroplossingen.  Alle grote partijen leveren inmiddels data aan Advies-Check. Hierdoor wordt de informatie betrouwbaarder en beter te vergelijken. Bovendien laten partijen zo zien dat ze niets te verbergen hebben. Gelukkig maar. Klanten en hun adviseurs krijgen zo beter inzicht in wat ze van een aanbieder mogen verwachten.

Hosanna op de beurs, hosanna voor de belegger?

Nederland heeft weer vertrouwen in de beurs. In het afgelopen jaar zijn 170.000 mensen gaan beleggen, 14% meer dan vorig jaar. Dat roept herinneringen op aan de late jaren 90, toen ook een aanzwellende stroom consumenten de beurs opgingen, gedreven door aantrekkelijke beursresultaten. Is de groei wel zo positief als het klinkt?

Op dit moment staat de teller op bijna 1,4 miljoen huishoudens. Dat is nog altijd een half miljoen mínder dan het record uit 2000 met zo’n 1,9 miljoen huishoudens, maar een half miljoen méér dan het dieptepunt in 2009.

Internet-bubbel
In 2000 was het hosanna. Beleggen was hot en een veelbesproken topic tijdens feestjes, verjaardagen en recepties. Een jaar later was het sprookje voorbij. De internet-zeepbubbel spatte uiteen. Miljoenen aan belegde guldens gingen verloren. Velen keerden gedesillusioneerd het beleggen de rug toe.

Hypotheekcrisis
Wie toen nog dapper door belegde, raakte vervolgens in 2008 in ernstige vertwijfeling toen de hypotheekbubbel barstte. Het beleggersvertrouwen bereikte het jaar erna een absoluut dieptepunt. En daarmee ook het aantal beleggers.

Business as usual
En toen? Toen bleek dat bedrijven gewoon winst bleven maken. En dat overheden, organisaties en bedrijven hun verplichtingen bleven nakomen. Dat economisch gezien alles kon herstellen. Er waren weliswaar bedrijven failliet gegaan, maar nieuwe bedrijven ontstonden. Bovendien, de één zijn dood was de ander zijn brood.

Dat is basale kennis voor professionele beleggers. Maar vooral particulieren laten zich leiden door emoties, door de waan van de dag. En daarmee wordt beleggen voor hen een emotionele rollercoaster die zich baant tussen angst, optimisme, euforie en depressie.

Koersuitslagen ≠ rendement of verlies
Wie in 2008 was blijven zitten, had gemerkt dat dividenden uitgekeerd bleven worden. Dat koersverlies samen kon gaan met beleggingsrendement. Dat beleggen meer is dan de optelsom van koersen. Wie die emotionele rollercoaster had uitgezeten had mogelijk elke emotie gevoeld, maar was tóch een beetje rijker geworden.

Kijk naar de onderliggende trend
Financiële crises komen en gaan. En ze houden gelijke tred met de cycli van angst, optimisme, euforie en depressie. Maar onderliggend is er wel degelijk sprake van groei. Van rendement.

Basis van beleggersvertrouwen is wankel
Nu het beleggersvertrouwen is teruggekeerd, is het de vraag of dit vertrouwen is gebaseerd op de overtuiging dat gespreid investeren in bedrijven, organisaties en overheden die gericht zijn op groei, loont. Het antwoord is vermoedelijk vrij simpel is: niet.

Het beleggersvertrouwen is terug omdat de koersen zijn gestegen. En omdat de rente is gedaald waardoor sparen geen alternatief meer is. Zodra de koersen dalen of de rentes stijgen, keldert dit vertrouwen weer. En bevindt de gemiddelde particuliere belegger zich in die emotionele rollercoaster waarbij uitstappen de makkelijkste optie lijkt, en tevens de minst lucratieve.

 

Angst voor Wft-zorgplicht… terecht of niet?

Het lijkt niet zo ingewikkeld, wie als professional een consument ergens over adviseert heeft een verantwoordelijkheid. Namelijk dat het geadviseerde bij die persoon past. Dat geldt voor een dietist die een dieet samenstelt, een loodgieter die over een badkamer adviseert en voor een personal trainer die zijn pupil een hardloopschema geeft.

Het is voor een financieel adviseur niet anders. Bij zijn hele doen en laten heeft hij te maken met een zorgplicht. Maar wie bij vermogensadvies direct aan de Wft denkt, heeft het mis.

 

Productadvies is niet hetzelfde als advies over producten

De Wft gaat over de zorgplicht bij productadvies. Maar vermogensadvies is nogal breed. Daar horen vragen bij als ‘hoe wil je dat je leven er later uitziet’ en ‘kun je je levensstijl nu en straks financieel permitteren?’ Ook advies over de mate waarin je klant risico’s durft te lopen, past daarbij. Heeft je klant wel echt een arbeidsongeschiktheidsverzekering nodig? Kan je klant het financieel aan als zijn partner overlijdt? En ook: welk risico loopt je klant met zijn opgespaarde geld?

Begeleiding bij al deze vragen helpt je klant beter inzicht te krijgen in zijn financiële doel(en). De bepaling van dat doel valt in de adviessfeer, maar niet onder de reikwijdte van de Wft. Ook advisering over de manier waarop je klant zijn financiële doel kan bereiken valt erbuiten. Moet hij meer sparen? Of besparen? Moet hij aflossen? Beleggen misschien? Of van alles een beetje?

Het zijn wezenlijke adviezen voor je klant. Die hem houvast geven bij het vervolg. Want áls bijvoorbeeld beleggen bij je klant past, hoe dan verder? Hoe ver ga je als adviseur om je klant hierbij te begeleiden? Op dit punt volgt de scheidslijn met de Wft.

Klik op de afbeelding om de checklist voor zorgplicht bij vermogensadvies te vergroten

Wel of geen Wft-zorgplicht

Zonder Wft-vergunning mag je je klant advies geven over de mate waarin je klant risico kan en wil lopen met beleggen. Maar stel je zelf als adviseur de vraag of je dat ook echt wil? Het vereist kennis van bijvoorbeeld welke verdeling in verschillende type beleggingen (asset allocatie) bij je klant past of hoeveel ‘volatiliteit’ je klant aankan.

 

Als je je als adviseur niet wilt buigen over dit soort zaken, kun je nog steeds van grote waarde zijn voor je klant. Jouw advies start dan bij het inzicht in financiële doelen en eindigt bij de keuze voor een vermogensbeheerder. Vermogensbeheer wordt al aangeboden vanaf een inleg vanaf 10 euro per maand of 1.000 euro eenmalig. Zeer bereikbaar dus voor grote groepen klanten.

 

Advies over passend risicoprofiel is geen ‘productadvies’

Durf je advies over asset-allocatie of de passende mate van volatiliteit voor je klant wél aan? Ook dán hoeft je advies niet onder de Wft te vallen. Je kunt je klant de weg op sturen met het advies om aandelen- en beleggingsfondsen te selecteren op een dusdanige manier dat die de geadviseerde asset-allocatie volgt. Of je klant hiermee geholpen wordt, is uiteraard sterk de vraag. Hij moet in dat geval nogal het een en ander zelf doen.

Het kan concreter. De risicometer die aanbieders gebruiken om hun profielfondsen of modelportefeuilles naar risico te classificeren verwijst naar de volatiliteit. Je kunt je klant dus adviseren om een profielfonds aan te schaffen met de risicometer, oftewel de volatiliteit die bij hem past. De klant dan vervolgens zelf een profielfonds kiezen dat die risicometer heeft. Het adviseren van een ‘profielfonds’ als soort belegging is geen productadvies in de zin van Wft.

 

Voorselectie passende profielfondsen

Je kunt zelfs een voorselectie voor de klant maken van meerdere profielfondsen met de risicoclassificatie die bij je klant past, zolang je klant dan zélf maar kiest waar hij uiteindelijk zijn geld naar toe brengt. Die voorselectie bevindt zich dan wel in het schemergebied van Wft-productadvies. Een voorselectie van 10 profielfondsen zal niet als productadvies worden bestempeld. Een selectie van 2 of 3 hoogstwaarschijnlijk wel. In zo’n advies staat immers het product centraal, en niet meer het type product.

 

Concreet productadvies valt onder Wft-zorgplicht

Wil je toch een stap verder gaan voor je klant? Dan komt de Wft om de hoek kijken. Je moet dan alle stappen uit je advies vastleggen en zorgen voor een beleggingsbeleid. Dat laatste hoeft niet ingewikkeld te zijn. Het hoeft ook niet te betekenen dat je zelf alle beleggingskeuzes voor je klant maakt. Je beleggingsbeleid is de basis voor de keuzes die je voor je klant maakt. Dat je bijvoorbeeld bij risico x, profielfonds y adviseert, inclusief argumentatie voor de keuze voor profielfonds y. Bijvoorbeeld vanwege lage kosten of bewezen trackrecord.

 

Wft-zorgplicht of niet, verwachtingsmanagement is cruciaal

Je kunt het dus zo uitgebreid of ingewikkeld maken als je nodig vindt. Maar zorgplicht op basis van Wft of niet, zorgplicht heb je sowieso als adviseur. Als beleggen bij je klant past, dan moet je klant die conclusie begrijpen en delen. Dat betekent dat je klant moet weten wat hij kan verwachten. En dat hij niet bij de eerste de beste koersdaling in paniek raakt en bij jou verhaal gaat halen. Het vraagt om periodiek onderhoud met je klant. Zodat je de verwachtingen van je klant goed kunt managen en je adviezen steeds kunt evalueren.

Laat dat nou precíes zijn, waar je als adviseur je toegevoegde waarde kunt tonen.

Demoversie Private Asset Planner gratis voor bezoekers Advies-Check

Wil je snel zien of de vermogens- of inkomensdoelstelling van je klant haalbaar is? Maak dan nu gebruik van de demoversie van de Private Asset Planner. Deze tool is ontwikkeld door PrivateWealthSupport, de softwarebouwer voor geïntegreerde financiële planning en strategische asset allocatie. Nu gratis beschikbaar voor jou als bezoeker van Advies-Check!

Deelnemers aan de kennissessies over vermogensadvies hebben al kennis gemaakt met de Private Wealth Navigator, de software tool van PrivateWealthSupport om klanten integraal inzicht te geven in hun huidige en toekomstige financiële situatie.

Nu heeft PrivateWealthSupport ook een krachtig hulpmiddel ontwikkeld om de kansen op het behalen van een vermogens- of inkomensdoelstelling te berekenen: de Private Asset Planner.

Als kennispartner van Advies-Check geeft PrivateWealthSupport nu exclusief aan bezoekers van Advies-Check Up de mogelijkheid om gratis kennis te maken met de Private Asset Planner.

De Private Asset Planner is ontwikkeld om inzicht te krijgen in de kans op haalbaarheid van een ingegeven inkomens- en/of vermogensdoelstelling. Ook bij bijvoorbeeld een gewenst kapitaal om de hypotheek af te lossen of de uitkomst van een beschikbare premieregeling (pensioen) kan worden berekend.

In de Private Asset Planner worden de opgenomen portefeuilles ieder 1.000 keer doorgerekend over een periode van (maximaal) 50 jaar. Dit betekent dat er bij één doorrekening in totaal 350.000 afzonderlijke rendementen worden berekend. De daarbij gebruikte variabelen zijn:
1. 1. Het ingevoerde en verwachte rendement
2. 2. De standaarddeviatie
3. 3. Het aanvangsvermogen
4. 4. De opnames en stortingen
5. 5. De eventueel van toepassing zijnde belastingheffing

Op basis van deze doorrekeningen kan een goed inzicht verkregen worden of de inkomens- en/of vermogensdoelstelling van de klant realistisch haalbaar is én welk portefeuillemodel c.q. risicoprofiel het best bij de klant past.

Klik hier voor een voorbeeldrapportage.

Als bezoeker van Advies-Check biedt PrivateWealthSupport je de mogelijkheid om een demoversie -zonder kosten- van de Private Asset Planner te proberen. Heb je interesse? Stuur dan een mail aan info@privatewealthsupport.nl met het verzoek om toegang tot de demoversie.

Bekijk hier een korte videodemonstratie van de Private Asset Planner. Of surf naar: https://www.youtube.com/watch?v=dfviamO6BOI

Kaya Capital: “Wij zijn de coördinator voor familievermogens.”

Kaya Capital is opgezet door en voor een aantal families. Daarmee heeft en houdt Kaya Capital dezelfde belangen als elke nieuwe klant. Kaya Capital belegt in feite passief. Maar als er reden is tot ingrijpen, dan wordt actief opgetreden.  "Wij monitoren en adviseren over het totale (familie)vermogen vanuit een vermogensbehoud en risicobeheer perspectief."