Hoe haalbaar zijn financiële doelen?

“Waarom zou je de zekerheid van het niet halen van je financiële doelen niet ruilen voor de onzekerheid dat je ze wél haalt met beleggen?” Met die zin sloot Robert-John Thomson van Nationale-Nederlanden Bank onlangs zijn presentatie af bij de kennissessie van Advies-Check over vermogensadvies in Apeldoorn.

Het is een zin om over na te denken. En die velen wellicht tot motto zouden moeten verheffen. Mét hulp van een onafhankelijk financieel adviseur.

Iedereen staat tegenwoordig voor dezelfde financiële keuzes: hoeveel geld als inkomen of als pensioen is genoeg voor mij. De overheid draagt daar steeds minder aan bij. Dat wat iemand nodig vindt of nodig heeft, moet dus in steeds grotere mate door hemzelf worden bijeengebracht. En dat kunnen forse bedragen zijn.

Wie vanaf zijn 68e tot zijn 90ste naast zijn AOW 1.000 euro extra per maand zou willen, moet tegen die tijd 380.000 euro hebben gespaard (rekeninghoudend met 1,5% inflatie).

Maar 1.000 euro is niet hetzelfde als 1.000 euro over 20 jaar…

Wie nu 45 jaar oud is en op basis van de huidige koopkracht vanaf zijn 68ste 1.000 euro extra per maand wil hebben, moet tegen die tijd 1.700 euro maandelijks beschikbaar hebben. En een spaarpot hebben van maar liefst 435.000 euro!!! Dan kan hij na zijn pensioen nog 22 jaar interen op zijn vermogen.

Wie nu nog moet beginnen om dat kapitaal bij elkaar te sparen, is jammerlijk te laat. Dat zou 1.690 euro per maand betekenen bij een gemiddelde spaarrente van 2%. Maar ook met een bestaande buffer van bijvoorbeeld 100.000 euro, is het bijna niet op te brengen: 1.250 euro per maand. Althans niet met sparen. En al helemaal niet als de huidige bizar lage rente nog jaren aanhoudt.

Dan komt de vraag toch weer naar voren: Waarom zou je de zekerheid van het niet halen van je financiële doelen niet ruilen voor de onzekerheid dat je ze wél haalt met beleggen?

 

Risicometer Beleggen mist effectiviteit

Een kleine 2 jaar geleden introduceerde de Nederlandse Vereniging van Banken de Risicometer Beleggen die aangeeft hoe volatiel een modelportefeuille mag zijn op een schaal van 1 tot 7. De meter zou ervoor moeten zorgen dat modelportefeuilles van vermogensbeheerders beter vergelijkbaar zijn. En zou financieel adviseurs dus helpen om samen met hun klanten een gedegen keuze te maken voor een bepaalde bank of vermogensbeheerder. Amper 2 jaar later mogen we concluderen dat het nobele streven jammerlijk is mislukt.

 De risicometer geeft min of meer het mandaat weer voor het risico van een modelportefeuille. Dat risico is gebaseerd op de volatiliteit van de historische rendementen van de beleggingen in de modelportefeuille. Hoewel volatiliteit nooit gezien mag worden als enige maatstaf voor risico, is het wel een belangrijke. Én het is een maatstaf die uniform gehanteerd kan worden, wat de vergelijkbaarheid bevordert.

 

Schaalverdeling van 1 tot 7, van laag naar hoog risico

De schaalverdeling van de risicometer volgt min of meer de schaalverdeling van de risico indicator die verplicht is voor beleggingsfondsen die onder Europese wetgeving vallen. Dat is mooi, want hierdoor kunnen modelportefeuilles qua risico grofweg óók worden vergeleken met profielfondsen. Zowel modelportefeuilles van vermogensbeheerders als profielfondsen van fondshuizen worden immers beheerd met het oog op een bepaald risicoprofiel.

Nu lijkt de schaalverdeling van 1 tot 7 heel wat diversiteit te bieden. De eerste schaal geeft een gering risico aan en de laatste schaal een hoog risico. Voldoende houvast voor consumenten en hun adviseurs, zo lijkt het.

 

Weinig verschillen in risicoprofielen

Helaas, de praktijk is weerbarstiger. Uit onderzoek van Advies-Check blijkt dat modelportefeuilles én profielfondsen zich massaal rond de middelste schalen van 3 tot 5 bewegen, zélfs als profielen door aanbieders als ‘zeer defensief’ of ‘zeer offensief’ worden bestempeld. Verreweg de meeste beleggingsoplossingen bewegen zich rond de middelste schaal. Dat maakt de vergelijking er dus niet makkelijker op.

Nu zijn er twee conclusies mogelijk. Ófwel de modelportefeuilles verschillen daadwerkelijk nauwelijks in risico, ófwel de schaalverdeling is te smal. Hoe dan ook, de risicometer mist effectiviteit.

Maar er mist meer.

 

Met de billen bloot

Het risicomandaat dat de vermogensbeheerder aan een (potentiële) klant voorspiegelt, zegt niets over zijn prestaties. Ook getoonde rendementen zeggen weinig. Waar het om gaat is hoe het rendement zich verhoudt tot het risico dat een vermogensbeheerder daadwerkelijk heeft genomen. Je wilt immers als klant het liefst een zo hoog mogelijk rendement bij een zo laag mogelijk risico. De risicometer verklapt niet in hoeverre de beheerder hierin is geslaagd. Ook behaalde rendementen laten dit niet zien.

Wat zou helpen is een indicator die een vermogensbeheerder echt met de billen bloot laat gaan. Een indicator die laat zien hoe het behaalde rendement zich verhoudt tot het genomen risico.

 

Lange weg

Hoe welkom zo’n rendements-risico-indicator ook is, een dergelijk instrument zal er voorlopig niet komen. De wettelijke informatieplicht richting potentiële klanten is recentelijk volledig herzien. MIFID II is in werking getreden en bevat geen bepalingen voor de oriëntatiefase van een consument, als die nog geen informatie over zichzelf heeft prijsgegeven. Daarmee moet iemand die een goede vergelijking tussen vermogensbeheerders wil maken, eerst bij elke beheerder zijn doopceel laten lichten voordat hij tot de benodigde informatie komt.

Natuurlijk kan dat anders. Maar dat betekent dat vermogensbeheerders met de billen bloot moeten. Vrijwillig. Nul kans dat het daarvan komt. Wel een gemíste kans voor het vertrouwen in beleggen.

 

 

Evaluatie 2017: Passief én Actief winnen het van Actief & Passief

Hoe hebben vermogensbeheerders en aanbieders van profieloplossingen het gedaan in 2017? Advies-Check zocht het uit. In meerdere artikelen geeft Advies-Check een weergave van verschillende analyses. In deel 2:  hoe deden actieve beleggers het ten opzichte van passieve beleggers?

Het lijkt een continue strijd te zijn: die tussen de aanhangers van actief beleggen en die van passief beleggen. En de laatste tijd bevindt zich daar nog een stroming tussen: beleggers die beide vormen omarmen en de meeste heil zien in een combinatie van actief en passief beleggen.

Van de 263 beleggingsoplossingen in het overzicht van Advies-Check belegt een minderheid van 105 uitsluitend passief in ETF’s. Maar van de overige 159 is een splitsing te maken tussen oplossingen waarbinnen uitsluitend actief wordt belegd, en waarbinnen een combinatie tussen actief en passief wordt gemaakt.

Puur kijkend naar het rendement over de afgelopen 5 jaar, laat juist deze laatste stroming wat minder rendement zien. Dat heeft vermoedelijk te maken met het hogere kostenniveau. Beleggingsoplossingen waarbinnen uitsluitend actief wordt belegd, wordt ook (of vooral) direct belegd in individuele aandelen en obligaties. Hierdoor is er wat minder spreiding in de portefeuille, maar kunnen de kosten relatief lager worden gehouden. Dit vertaalt zich in het rendement.

Kijkend naar de korte termijn, deed Actief en Actief & Passief het beter dan uitsluitend Passief. De extra kosten voor het gecombineerde beleggen werden ruimschoots goed gemaakt door het rendement.

 

 

Evaluatie 2017: Nauwelijks verschil in risicoprofielen

Hoe hebben vermogensbeheerders en aanbieders van profieloplossingen het gedaan in 2017? Advies-Check zocht het uit. In meerdere artikelen geeft Advies-Check een weergave van verschillende analyses. In deel 1:  hoe gaan aanbieders om met risico?

 

Risicoprofilering blijkt homogeen terrein

Vermogensbeheer gaat over het matchen van iemands risicoprofiel met passende beleggingen. Dat gebeurt bij vrijwel de meeste vermogensbeheerders aan de hand van modelportefeuilles. Elke modelportefeuille wordt samengesteld voor een bepaalde risicobandbreedte en vervolgens al dan niet gekoppeld aan een klant.

Profielfondsen zijn beleggingsfondsen die door een fondsaanbieder (de beheerder) eveneens worden samengesteld voor een bepaalde risicobandbreedte. Een klant en/of zijn adviseur bepalen of het risicoprofiel van de klant matcht met de risicobandbreedte van een profieloplossing.

Risico-indicator geeft risicobandbreedte weer
Beide beleggingsoplossingen (beheer of profiel) werken dus met risicobandbreedtes. De AFM en de NVB hebben voor de herkenbaarheid en onderlinge vergelijkbaarheid richtlijnen opgesteld voor beheeroplossingen. Profielfondsen zijn wettelijk zelfs verplicht om aan te geven welk risicobandbreedte geldt voor het beleggingsbeleid.

De ‘risico-indicator’ bevat bij zowel de richtlijnen van AFM voor beheeroplossingen, als de Europese wetgeving voor profielfondsen een schaal van 1 tot 7. Oftewel een lager risico versus een hoger risico. De schaal is gebaseerd op de volatiliteit van de beleggingen binnen de modelportefeuille of het profielfonds.

In hoeverre verschillen ‘zeer defensieve’ van ‘zeer offensieve’ beleggingsoplossingen?
Zowel vermogensbeheerders als aanbieders van profielfondsen hebben meerdere (model)portefeuilles voor verschillende risicoprofielen. Het zijn er meestal 5. In naam variëren ze vaak van ‘zeer defensief’ tot ‘zeer offensief’.

Je zou verwachten dat het onderliggende risico zich ook verhoudt tot de schaal van 1 tot 7 en dat ‘zeer defensief’ dan in het 1e of 2e vakje van de schaal terecht komt, en ‘zeer offensief’ in het 6e of laatste vakje van de risicoschaal.

In de praktijk blijkt dat niet zo uit te pakken. Verreweg de meeste beleggingsoplossingen, zowel op basis van beheer áls op basis van execution-only (profielfondsen) schommelen rond het midden van de risicoschaal, of ze nu in naam ‘zeer defensief’ heten of ‘zeer offensief’.

Vergelijkingstool Advies-Check voortaan gratis!

Alle informatie over alle beleggingsoplossingen is voortaan gratis toegankelijk bij Advies-Check! Een abonnement is niet langer nodig. Hiermee is elke drempel weg om consumenten een compleet en goed vermogensadvies te geven.

Advies-Check is sinds 2016 hard op weg om het grootste platform te worden voor financieel adviseurs op het gebied van vermogensadvies. Iedere adviseur die zijn klant wil begeleiden naar een oplossing voor vermogensopbouw voor later, heeft met de vergelijkingstool van Advies-Check een belangrijk instrument in handen.

In de vergelijkingstool kunnen zowel modelportefeuilles van vermogensbeheerders worden vergeleken, als de portefeuilles van kant-en-klare profielfondsen die voor een specifiek risicoprofiel zijn samengesteld. Het maakt dus niet uit of je als adviseur zelf aan de knoppen wilt draaien, of dat graag overlaat aan een andere partij.

 

Abonnementsstructuur niet passend voor adviseurs

In de afgelopen maanden is gebleken dat de abonnementsstructuur van Advies-Check niet past bij de manier waarop adviseurs graag aan de slag gaan met vermogensadvies. “Adviseurs willen de informatie graag gebruiken, maar zien op tegen een vast kostencomponent”, aldus Esther Waal, oprichter van Advies-Check.

Daarmee schiet Advies-Check zijn doel voorbij, namelijk gemakkelijke en betrouwbare toegang tot een compleet en goed vermogensadvies. Reden genoeg om de abonnementsstructuur los te laten voor de informatie over de beleggingsoplossingen. “In de toekomst willen we adviseurs helpen met een klantrapportage op maat, waar zowel de adviseur als wij een passend bedrag voor in rekening kunnen brengen”, vult Dirk de Vlaam, mede-oprichter, aan.

 

Aangepast verdienmodel voor Advies-Check

Het loslaten van de abonnementsstructuur is goed nieuws voor al die adviseurs die al dan niet langzaam stapjes zetten richting complete advisering rond de financiële situatie van klanten. Maar hoe zit het dan met de verdiensten van Advies-Check? Waal: “Die komen voortaan alleen uit de sponsoring van aanbieders van beleggingsoplossingen en bedrijven die verwantschap hebben met vermogensadvies, zoals brokers en aanbieders van financiële software. En op termijn dus ook uit de maatwerk-rapportages die adviseurs kunnen maken door de beste beleggingsoplossingen voor hun klanten te vergelijken.”

Advies-Check start met kennisavonden voor klanten van adviseurs

Vermogensadvies gaat onder meer over de verdeling tussen sparen, beleggen en aflossen. Maar hoe betrek je je klant hierbij? Een kennisavond over vermogensopbouw kan het startpunt zijn voor een hernieuwde adviesrelatie. Speciaal voor adviseurs, maar met name voor hun klanten organiseert Advies-Check regionale kennisavonden. Ook in jouw regio?

 

Waarom een kennisavond voor klanten van adviseurs?

Maar weinig consumenten zijn écht bezig met hun financiële situatie voor later. Nu zekerheden steeds meer wegvallen, is dat op zijn zachtst gezegd zorgelijk. Maar hoe bereik je die consument? En hoe laat je zien wat je als adviseur voor hem kan betekenen?

Dát is uitgangspunt voor een verhelderende kennisavond over vermogensopbouw die we organiseren voor de klanten van financieel advieskantoren.

 

Wat komt aan bod tijdens de kennisavond?

Tijdens de avond vertellen experts van onder meer Advies-Check, Nationale Nederlanden en Think ETF’s hoe vermogen kan worden opgebouwd en beschermd. En wat de rol van een adviseur hierbij kan zijn. Men maakt kennis met verschillende aanbieders van beleggingsoplossingen. En krijgt inzicht in de verschillende vormen van vermogensopbouw.

 

Waarom zou een advieskantoor zijn klanten uitnodigen voor de kennisavond?

Financieel adviseurs hoeven geen expertise te hebben op het gebied van vermogensopbouw om klanten uit te nodigen voor de kennisavond. Vermogensopbouw start bij advies over de verdeling tussen sparen, beleggen en aflossen. En bij de doelen die een klant voor later heeft. Typisch het adviesterrein van financieel adviseurs.

Een financieel advieskantoor laat door de uitnodiging aan zijn klanten zien dat het kantoor betrokken is bij zijn klanten en bij hun mogelijk latente behoeften op het gebied van ‘geld voor later’ en vermogensopbouw.

 

Wat kost een kennisavond voor een advieskantoor?

Voor zowel het advieskantoor als voor zijn klanten is de kennisavond helemaal gratis. Wel vragen we de medewerking van het kantoor bij het uitnodigen van klanten. De kosten van de avond worden gedragen door de kennispartners. Zij zoeken verbinding met ‘eindklanten’ en ervaren dat het gezamenlijk met andere kennispartners onder de aandacht van de materie goed helpt voor het bewustzijn van klanten.

 

Hoe kun je als advieskantoor meedoen aan de kennisavonden-reeks?

Meld je zsm aan bij Advies-Check. Wij nemen contact met je op en nemen vrijwel alle zorg uit handen met betrekking tot de organisatie en de uitnodiging.

 

 

 

Dieper inzicht in Evi bij Advies-Check

Het heeft even geduurd, maar eindelijk zijn ook de vermogensbeheeroplossingen van Evi van Van Lanschot inzichtelijk bij Advies-Check. Daarmee is de vergelijkingstool Advies-Check completer dan wie ook, hoewel nog altijd verschillende partijen moeite hebben met transparantie wanneer iemand geen klant is.

Evi van Van Lanschot was één van de laatste grote aanbieders die moeite had met het prijsgeven van informatie over de modelportefeuilles voor hun vermogensbeheeroplossingen.  Alle grote partijen leveren inmiddels data aan Advies-Check. Hierdoor wordt de informatie betrouwbaarder en beter te vergelijken. Bovendien laten partijen zo zien dat ze niets te verbergen hebben. Gelukkig maar. Klanten en hun adviseurs krijgen zo beter inzicht in wat ze van een aanbieder mogen verwachten.

Hosanna op de beurs, hosanna voor de belegger?

Nederland heeft weer vertrouwen in de beurs. In het afgelopen jaar zijn 170.000 mensen gaan beleggen, 14% meer dan vorig jaar. Dat roept herinneringen op aan de late jaren 90, toen ook een aanzwellende stroom consumenten de beurs opgingen, gedreven door aantrekkelijke beursresultaten. Is de groei wel zo positief als het klinkt?

Op dit moment staat de teller op bijna 1,4 miljoen huishoudens. Dat is nog altijd een half miljoen mínder dan het record uit 2000 met zo’n 1,9 miljoen huishoudens, maar een half miljoen méér dan het dieptepunt in 2009.

Internet-bubbel
In 2000 was het hosanna. Beleggen was hot en een veelbesproken topic tijdens feestjes, verjaardagen en recepties. Een jaar later was het sprookje voorbij. De internet-zeepbubbel spatte uiteen. Miljoenen aan belegde guldens gingen verloren. Velen keerden gedesillusioneerd het beleggen de rug toe.

Hypotheekcrisis
Wie toen nog dapper door belegde, raakte vervolgens in 2008 in ernstige vertwijfeling toen de hypotheekbubbel barstte. Het beleggersvertrouwen bereikte het jaar erna een absoluut dieptepunt. En daarmee ook het aantal beleggers.

Business as usual
En toen? Toen bleek dat bedrijven gewoon winst bleven maken. En dat overheden, organisaties en bedrijven hun verplichtingen bleven nakomen. Dat economisch gezien alles kon herstellen. Er waren weliswaar bedrijven failliet gegaan, maar nieuwe bedrijven ontstonden. Bovendien, de één zijn dood was de ander zijn brood.

Dat is basale kennis voor professionele beleggers. Maar vooral particulieren laten zich leiden door emoties, door de waan van de dag. En daarmee wordt beleggen voor hen een emotionele rollercoaster die zich baant tussen angst, optimisme, euforie en depressie.

Koersuitslagen ≠ rendement of verlies
Wie in 2008 was blijven zitten, had gemerkt dat dividenden uitgekeerd bleven worden. Dat koersverlies samen kon gaan met beleggingsrendement. Dat beleggen meer is dan de optelsom van koersen. Wie die emotionele rollercoaster had uitgezeten had mogelijk elke emotie gevoeld, maar was tóch een beetje rijker geworden.

Kijk naar de onderliggende trend
Financiële crises komen en gaan. En ze houden gelijke tred met de cycli van angst, optimisme, euforie en depressie. Maar onderliggend is er wel degelijk sprake van groei. Van rendement.

Basis van beleggersvertrouwen is wankel
Nu het beleggersvertrouwen is teruggekeerd, is het de vraag of dit vertrouwen is gebaseerd op de overtuiging dat gespreid investeren in bedrijven, organisaties en overheden die gericht zijn op groei, loont. Het antwoord is vermoedelijk vrij simpel is: niet.

Het beleggersvertrouwen is terug omdat de koersen zijn gestegen. En omdat de rente is gedaald waardoor sparen geen alternatief meer is. Zodra de koersen dalen of de rentes stijgen, keldert dit vertrouwen weer. En bevindt de gemiddelde particuliere belegger zich in die emotionele rollercoaster waarbij uitstappen de makkelijkste optie lijkt, en tevens de minst lucratieve.

 

Risico overdrijven is ook misleiding

Ze draaien weer op volle toeren, de marketingmachines van banken en verzekeraars om consumenten te verleiden tot beleggen. Sparen levert immers niets meer op, toch? Beleggen is het credo. En ja, dat daaraan ook beleggen risico’s kleven, daar duiken de marketeers niet voor weg. Dat mag wettelijk ook niet. En dus wordt het risico op waardedaling benoemd in elke reclame. Maar sommige banken gaan hierbij wel heel ver: U kunt uw inleg verliezen, zo stellen zij. En dat is opmerkelijk, zelfs misleidend.

 

Juridische disclaimer

De wet is er duidelijk over. Als een financiële onderneming reclame maakt voor een beleggingsdienst mogen de risico’s niet worden verhuld. Nou dat doen 2 grootbanken, ABN AMRO en ING, ook niet. In tegendeel. Ze laten luid en duidelijk weten dat je als consument je gehele inleg kunt verliezen als je bij ze gaat beleggen.

 

Waarschijnlijk begrijpen de meeste consumenten wel dat deze zinsnede puur juridische indekking is. Maar toch, kennelijk behoort het volledige verlies van de inleg tot een reële optie. Een angstaanjagend perspectief. Klopt dat ook?

 

Vermogensbeheer dempt risico’s

De diensten die de banken onder de aandacht brengen, betreffen bij beiden beleggen op basis van beheer. Een belangrijk verschil is de mate waarin de consument verantwoordelijk is voor zijn risicoprofiel. Bij de ene oplossing is de klant dat, bij de andere is de bank dat.

 

Bij beide diensten bepaalt de bank de beleggingen, niet de klant. En de bank zorgt voor spreiding, óók in het meest risicovolle profiel. Vanuit de historie is immers gebleken dat spreiding risicodempend werkt. Dan hebben we het niet over spreiding over 10 verschillende aandelen, maar over wereldwijde spreiding over vaak meer dan 1.000 verschillende bedrijven, overheden en organisaties.

 

Het einde der tijden als kansberekening

Er moet dus nogal wat gebeuren om je gehele inleg te verliezen. Dan zouden de meer dan 1.000 bedrijven, overheden en organisaties waarin de banken beleggen in 1 dag in 1 klap failliet moeten gaan. En zouden de onderliggende assets van die bedrijven niets meer waard mogen zijn. Daarbij zouden de beleggingsexperts van beide banken hier van tevoren geen enkele aanleiding voor zien.

 

Dan praat je bijkans over Armageddon…

 

Een zeer onrealistisch scenario. En stel áls dat nog zou kunnen voorkomen. Wat zou die situatie dan voor je spaargeld betekenen? Voor je pensioen?

 

Indekken of misleiden?

De juridische waarschuwing van ABN AMRO en ING bevreemdt mij dus. Juist omdat beide banken het niet hebben over beleggen in één bedrijf, in bitcoins of in derivaten. Ze hebben het over gespreid beleggen binnen een bepaalde risicobandbreedte, waarvoor ze nota bene zélf de verantwoordelijkheid dragen. Hoeveel vertrouwen hebben ze daarin, zo vraag je je af na het horen van hun risicowaarschuwing.

 

Het is algemeen bekend dat beurskoersen fluctueren. Dat je een buffer én de tijd moet hebben om koersdalingen op te kunnen vangen. Waarschuwen voor die dalingen is dus zinvol. Maar het perspectief bieden dat je al je geld kunt verliezen is misleidend. Ook als het slechts juridische indekking is.

 

Beëindiging beleggingsadvies negeert basale klantbehoeften

Het is een uitstervende vorm van financiële dienstverlening: beleggingsadvies. In ieder geval voor de zogenaamd ‘kleine’ man, de gezinnen die minder dan 75.000 euro kunnen of willen beleggen. Het wordt te duur, ook al zeggen banken dat niet met zoveel woorden. Hoe erg is deze ontwikkeling?

Banken en vermogensbeheerders bieden klanten steeds minder mogelijkheden om beleggingsadvies te ontvangen. Ze verschuilen zich achter hun besluiten om te stoppen met deze advisering met het argument dat er betere alternatieven zijn. Dat is dan ofwel om alles zelf te doen met wat online hulptooltjes. Of om juist alles uit te besteden. Zelf beleggen of laten beleggen dus.

Laten beleggen, oftewel vermogensbeheer, wordt steeds toegankelijker. Was de dienst voorheen voorbehouden aan de ‘rijken’, tegenwoordig kun je je vermogen al vanaf 10 tot 50 euro per maand laten beheren. Geschikt voor de minder gefortuneerden onder ons dus.

Maar de vraag of zelf beleggen of laten beleggen voor iemand de meest optimale vorm van dienstverlening is, ligt niet zozeer aan de omvang van zijn vermogen, maar aan zijn ambitie om betrokken te zijn bij zijn financiële toekomst. En die ambitie verschilt van persoon tot persoon.

 

Financiële betrokkenheid verschilt per mens

De 4 klanttypes die onderzoeksbureau Forrester lang geleden onderscheidde bij consumenten en financieel advies, zijn nog steeds valide. Je hebt mensen die alles zelf (willen) doen, mensen die het zelf (willen) doen maar hun ideeën graag checken bij een professional, mensen die liever alles overlaten aan een professional en mensen die als het gaat om financiële zaken elke beslissing vermijden. Oftewel: self-directed consumenten, validators, delegators en avoiders.

Het besluit om te stoppen met beleggingsadvies negeert de wensen en de grootte van de groep ‘validators’. Deze groep heeft behoefte aan een schouderklopje, een duwtje in de goede richting, een luisterend oor, een beetje begeleiding. Dat mag best online zijn, zolang het maar wél persoonlijk is. En niet als iets dat ‘mógelijk bij u past’. Mensen willen zekerheid.

Maar die zekerheid kost geld. Te veel kennelijk. Mede door de wetgeving die alsmaar stringenter wordt. Daarmee wordt een grote groep nu niet meer bediend door de grootbanken. Consumenten die duidelijkheid willen over de vraag of ze nu moeten aflossen, sparen of beleggen, in box 1 of box 3. Die echt niet hoeven te sparren over het aandeel KPN of de koers van de dollar. Die simpelweg hun financiële basis op orde willen hebben.

 

Gering winstpotentieel?

Nu grootbanken zich terugtrekken uit dat domein ligt er een wereld open voor andere aanbieders.  Robo-adviseurs zijn er op dit gebied nog niet. Maar veel adviseurs van vlees en bloed zien net als de grootbanken qua verdienmodel weinig potentieel. Daarmee is sprake van een impasse die ten koste gaat van de financiële stevigheid van een grote groep consumenten. Wie doorbreekt deze patstelling?